Analytics

Over big data en voetbal

Het “internet der dingen” in de praktijk dus.
Jeroen Colin

Op een mooie lenteavond liet ik me meedrijven in de mensenstroom. De vogeltjes floten, de mensen rondom mij waren uitgelaten en niets kon de avond nog verknoeien. Zacht wiegend en luidkeels zingend, gedragen door een zoete overwinningsroes na de overwinning van hun favoriete voetbalploeg, daverde deze mensenstroom de hoofdweg op om slechts licht uitgedund het metrostation af te dalen.

Onderaan de trappen van het metrostation aangekomen, merkte ik dat de stroom vertraagde. Een deel van de mensen moest nog een ticketje aan de automaten aanschaffen, terwijl de overigen één voor één de poortjes dienden te passeren om het perron te bereiken. Ik behoorde tot de eerste groep van mensen – die het op een zondag al eens niet te nauw – en begaf me richting ticketautomaten. Per toeval koos ik de juiste rij, want na een periode van broederlijk zij-aan-zij aanschuiven bleek de medesupporter naast mij geconfronteerd met een defecte automaat. De gehele tijd tot ik mijn ticket kon bemachtigen en nadien, wanneer mij exact hetzelfde overkwam aan de poortjes, kon ik mij niet van de gedachte ontdoen dat deze jammere samenloop van omstandigheden zou kunnen vermeden worden.

Als het ooit moet gebeuren, de simultane panne van zowat de helft van de randapparatuur in een metrostation, dan misschien maar best op een zondagavond waarbij enkel de overwinning-dronken voetbalsupporters er mee geconfronteerd worden. Om die defecten echter de volgende ochtend, voor de maandagspits in onze hoofdstad, verholpen te krijgen, zal echter heel wat nodig zijn.

Pas later die avond, in de verderzetting van mijn reis naar huis met de wagen, schoten mij de beelden te binnen van een presentatie die ik had bijgewoond van de publieke vervoersmaatschappij, die de metrostations uitbaat. Trots toonde ze in die presentatie hoe alle randapparatuur was omsloten in het informaticasysteem en hoe centraal, de signalen van al die apparaten kunnen worden gemonitord. Het “internet der dingen” in de praktijk dus. Die signalen worden doorgestuurd naar onderhoudstechniekers die desgevolg niet meer moeten wachten op een telefoontje, maar onmiddellijk er op uit kunnen trekken wanneer een panne zich voordoet of een apparaat niet meer naar behoren werkt.

Nog steeds niet helemaal thuis aangekomen, maakten mijn gedachten een sprongetje. Ik stelde me voor hoe de publieke vervoersmaatschappij de data van haar randapparatuur voor veel meer kan aanwenden dan voor ad hoc onderhoud. Ik stelde me voor hoe de externe factoren (de mooie lenteavond, de massa voetbalsupporters, …) kunnen worden gekoppeld aan die data om verklaringen of voorspellingen voort te brengen van het falen van die apparatuur. Ik stelde me voor hoe die voorspellingen voor preventief onderhoud kunnen zorgen en hoe dat op meerdere vlakken wenselijk zou zijn. Niet enkel zou dit voor de onderhoudstechniekers de planning kunnen vereenvoudigen (en in dit geval, misschien zondagwerk vermijden) maar het zou ook het oponthoud van de mensenstromen op zo’n avond – en de volgende ochtend – kunnen vermijden. Kortom fantaseerde ik, over hoe het internet der dingen moet leiden tot een steeds slimmer wordende organisatie en hoe big data en de daarbij horende “Analytics” het leven van een voetbalsupporter op een modale zondagavond zou kunnen beïnvloeden.

Terloops zo enthousiast geworden van al die ideën over hoe de toekomst nooit zo dichtbij gevoeld had, kwam ik thuis aan. Het leek een haast onbegonnen taak om aan mijn vriendin uit te leggen hoe de glimlach op mijn gezicht het gevolg was van de pannes in het metrostation. Ik hield het dus maar op “mijn ploeg heeft gewonnen.”

Bedankt voor het lezen

Contacteer onze expert

Jeroen Colin