Laagvariabele zorg: draagvlak creëren bij artsen en samen tot een akkoord komen

Vanaf 1 januari 2019 wordt één globaal bedrag per patiënt toegekend voor de artsenhonoraria van patiëntengroepen die onder laagvariabele zorg vallen. Deze nieuwe wetgeving heeft een aanzienlijke financiële impact op de ziekenhuizen en de betrokken specialismen. Zo moet het globaal prospectief bedrag verdeeld worden volgens de primaire verdeling* over de verschillende zorgverstrekkers, wat heel wat uitdagingen met zich meebrengt. Wat doe u bijvoorbeeld met prestaties die opgenomen zijn in de primaire verdeling, maar niet zijn uitgevoerd tijdens de opname? De wetgeving geeft hieromtrent enige duiding maar dekt lang niet alles af.
Mathieu Dierick

Strategische uitdaging

Möbius werd gevraagd om een model op te zetten voor de verdeling van het globaal prospectief bedrag over de verschillende zorgverstrekkers. Een draagvlak creëren bij de artsen en samen tot een akkoord komen is hierbij essentieel. Daarnaast vroeg het ziekenhuis om een dashboard te ontwikkelen die de impact van laagvariabele zorg inzichtelijk maakt per specialisme en APR-DRG. Het dashboard moet een antwoord kunnen bieden op vragen zoals “Welke specialismen of patiëntengroepen zullen een tik krijgen door deze nieuwe financiering?”, “Welke nomenclatuurnummers voerde het ziekenhuis meer uit dan het nationaal gemiddelde?” of “Welk aandeel van het globaal prospectief bedrag komt terecht in een restgroep?”.

Aanpak

Om laagvariabele zorg vlot te integreren in een ziekenhuis, moet eerst en vooral een duidelijke methodiek opgesteld worden over hoe het globaal prospectief bedrag zal worden verdeeld. Aan de hand van een praktijkvoorbeeld kwam deze methodiek via co-creatie met de artsen tot stand. De opgebouwde methodiek biedt onder andere een antwoord op de problematiek rond de niet-gepresteerd prestaties uit de primaire verdeling. Met andere woorden, waar de wetgeving eindigt, start onze methodiek. Bovendien is het een duurzame oplossing die van toepassing blijft bij een (mogelijke) uitbreiding van de primaire verdeling.

De volgende stap is deze methodiek op een duidelijke manier communiceren naar de betrokken specialismen. Concreet deden we dit aan de hand van een beslissingsboom. Onderstaande afbeelding geeft weer hoe we in z’n project het globaal prospectief bedrag verdelen. Als de artsen zich kunnen vinden in deze methodiek kan er praktisch aan de slag worden gegaan.

 

Uitleg beslissingsboom:

  • Is ten minste één nomenclatuurnummer uit een Ngroep van de primaire verdeling gepresteerd, dan wordt de waarde van de volledige Ngroep toegewezen aan de arts die deze prestatie heeft uitgevoerd.
  • Is geen enkel nomenclatuurnummer uit een Ngroep van de primaire verdeling gepresteerd, dan zijn er 3 opties waaraan de waarde van de Ngroep kan worden toegewezen:
    1. Een specifiek specialisme: bij deze optie gaan we ervan uit dat de nomenclatuurnummers achterliggend aan deze Ngroep typisch door slechts één specialisme worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld als het hoofdstuk N05 Kinesitherapie niet is uitgevoerd, dan wijzen we de waarde van de Ngroep alsnog toe aan de kinesist.
    2. De hoofduitvoerder: bij deze optie gaan we ervan uit dat de Ngroep gelinkt kan worden aan het specialisme die de ingreep standaard uitvoert. Bijvoorbeeld als het hoofdstuk N00 Toezicht niet is gepresteerd, dan wijzen we de waarde van de Ngroep toe aan het specialisme die de ingreep uitvoert. Voor het plaatsen van een totale knieprothese is dit bijvoorbeeld de orthopedist.
    3. Een restgroep: als het niet mogelijk is om een Ngroep toe te wijzen in aan een specifiek specialisme of de hoofduitvoerder, dan wijzen we de waarde van de Ngroep toe aan een restgroep. Dit is onder andere het geval voor de N19 Dringendheidshonorarium.

Resultaat

Het uiteindelijke resultaat is een toewijzing van de primaire verdeling conform de wetgeving en op maat van het ziekenhuis. Na goedkeuring van de Medische Raad over deze definitieve verdeling, kan de parametrisatie in de huidige software van het ziekenhuis starten. Daarnaast blijft het dashboard inzichten verschaffen in de relatieve winstgevendheid van de verschillende patiëntengroepen. Ook wordt duidelijk bij welke patiëntengroepen binnen uw ziekenhuis gemiddeld meer wordt gepresteerd dan het nationaal gemiddelde (waardoor het forfait niet volstaat). Dit geeft het ziekenhuis de kans om het huidige zorgtraject in vraag te stellen en aan te passen indien nodig. Tot slot kan men de grootte van iedere restgroep monitoren om die erna op een gepaste wijze ter verdelen.

 

 

*Achtergrondinformatie

De primaire verdeling is opgebouwd uit 57 patiëntengroepen. Aan elke patiëntengroep zijn er nomenclatuurnummers gelinkt die gegroepeerd worden onder verschillende wettelijke ‘hoofdstukken’ (Ngroepen). Tot slot krijgt elk nomenclatuurnummer een gedeelte van het forfait toegewezen. Tel de waarde van alle nomenclatuurnummers binnen één patiëntengroep op en je bekomt het forfait.

 

 

Bedankt voor het lezen

Delen case

Ontdek meer cases

Case
Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap

Congres Evaluatie Persoonsvolgende financiering

STRATEGISCHE UITDAGINGEN Op 4 juli 2019 organiseerde het VAPH in het ICC-Gent een congres waar de stand van zaken aan een ruim publiek werd gepresenteerd…
Lees meer
Case
CHU Tivoli & CHU Ambroise Paré

Samenwerking troef door centralisatie laboratoria

CHU Tivoli en CHU Ambroise Paré fusioneren hun labo’s. De fusie moet de doorlooptijd en kwaliteit van analyses verbeteren en de expertise van beide ziekenhuizen…
Lees meer